De moeizame start (2003-2006)

Het begon allemaal op een koude avond in januari. Het jaar 2003 is net 7 dagen oud, en drie Diepenbeekse studenten hadden net een “dikke schijven“-cantus achter de rug, georganiseerd door Biomedica. De drie waren Bleu, fier met zijn pro-seniorlint van Biomedica, Wipla, al even trots met zijn Filii-schachtenlintje en Maggie, lintloos maar grote liefhebber van cantussen. Bij een goede pint spraken de drie over hoe gebrekkig de kennis van liederen wel niet was, hoe weinig de oorsprong van de tradities gekend was en vooral het feit dat de traditionele waarden bij cantussen uit het oog verloren gingen. De drie kwamen tot de conclusie dat er toch wel nood was aan een club die terug oude tradities en liederenkennis naar buiten bracht.

Enkele dagen later, op de agora van het (toen nog) LUC spraken de drie elkaar opnieuw, en werd er beslist om door te gaan. De stichting werd hierdoor bevestigd, kleuren werden gekozen, een schild werd ontworpen en een lied werd geschreven. Ook gingen de drie op zoek naar andere geïnteresseerde studenten. Clubnamen werden verzonnen, en zo beleefde Caeruleus onder leiding van Bleu zijn eerste twee activiteitjes: de doop van Haggis, en wat later van Maggie en Shoot tijdens een convent in het CCG-lokaal. (Maggie was nooit gedoopt in een faculteitskring, in tegenstelling tot Bleu/Stiff/Nokke, en moest dus gedoopt worden voor de geloofwaardigheid van de club). Linten werden gemaakt en gedragen. De lustrumcantus van Miezerik was onze eerste cantus waar we onze linten openbaar maakten. Deze cantus bevestigde de nobelheid van onze doelstellingen als club, en staat bij de aanwezige Caeruleanen gegrift door het feit dat een gritsel in het archief van de club terecht kwam.

Op 21/04/2003 vond de eerste cantus plaats op het kot van Bleu. Hier werd een historische dubbelspeech gegeven door Haggis (in Scottish) en Stiff (in English) over een “cunning plan”. Er werd nog gecantust, in het LUC ditmaal, om Haggis te ontgroenen, waarna nog een glas wodka gedronken werd met Frank De Winne. Op hetzelfde moment werd Bleu zijn kot leeggehaald. Dit was omwille van zijn trouw in juli, en was een complot van zijn kotbaas, Caeruleanen, Biomedici en SCoCo’ers. Caeruleus nam deel aan de voettocht naar Scherpenheuvel. Alhoewel dit stadje niet te voet werd bereikt, werd Maggie er ontgroend in de schaduw van de basiliek. Door de vermoeidheid van de senior, kreeg hij echter de clubnaam “Scherpenheuvel”. Shoot stopte omwille van moeilijkheden in haar privéleven, doch de club had al besloten om haar eveneens te ontgroenen. Er volgde een convent in het CCG-lokaal waar Bleu eerst zijn vergissing van “Scherpenheuvel” rechtzette en waarna hij zijn seniorlint overdroeg aan Haggis. In juli volgde er nog de zwanezangcantus van Bleu. Deze cantus zou oorspronkelijk doorgaan op het kot van Maggie, maar werd daar al na 2 regels van het “Io vivat” zeer abrupt afgebroken. Vervolgens verhuisde de volledige club naar het kot van Haggis, waar we met zijn allen lekker bijeengepakt in de keuken zaten.

In de zomer trouwde Bleu met Annelies. Op dit feestje konden enkel Maggie en Haggis aanwezig zijn, maar we slaagden er toch in om de aandacht te stelen. Maggie smokkelde namelijk voor Bleu een clublint en zijn petje mee binnen (Bleu zijn moeder had liever niet dat hij dit zou dragen op zijn trouw), terwijl Haggis samen met Barbara van Scoco tijdens het avondfeest een salamander hield ter ere van het nieuwe koppel. Sinds die avond wordt het liedje “Blauw” van The Scene door verschillende oud-leden gezien als een tweede, weliswaar onofficieel clublied.

Haggis en Maggie vatten het nieuwe jaar aan als senior en schachtenmeester, en begonnen met de moeilijke zoektocht naar schachten. Jammer genoeg zijn er die dat jaar niet gevonden, al schuimden Haggis en Maggie veel verschillende verenigingscantussen af. Er werd 4 keer gecantust dat jaar, meestal in de “chalet van de Hilton”. Maggie vergat telkens weer dat hij als schachtenmeester ook een “wapen” mocht hebben, en zocht daarom net voor het begin van de cantus “iets” dat daarvoor dienst kon doen (Stiff zette dit later verder, maar zocht hiervoor enkele originele voorwerpen). Vlak na nieuwjaar trakteerde Stiff de club op friet met curryworst op zijn kot. De club kende op het einde van het jaar enkele kleine interne strubbelingen (Wipla die zich meer op zijn studies moest concentreren, Maggie die een thesis moest schrijven, …), maar naar de buitenwereld toe werden we steeds bekender, wat ook resulteerde in de eerste contacten met Plutonica en de OAB. Eind juni werd Caeruleus tijdens een cantus te Leuven opgenomen in de OAB. Tijdens onze cantussen mochten we naast Plutonicanen en Castrumianen ook de Senior Seniorum van Leuven verwelkomen. Begin juli zwaanden Nokke en Maggie. Ze gooiden beiden vol overtuiging hun glas naar de grond, maar enkel het glas van Nokke spatte in stukken uit elkaar.

Het jaar 2004-2005 werd het tweede seniorjaar van Haggis, met Stiff als schachtenmeester. Het was op 7 oktober dat de jongste van een aantal “kandidaat-schachten” het seniorlint terug rond Haggis zijn schouder hing in “de Hollywood”. Dit was de eerste keer dat Caeruleus cantuste met pintjes van het vat. Aangezien de club weinig studerende commilitones had, was schachten zoeken een topprioriteit en namen Bleu en Maggie (uit noodzaak) als niet-studenten de functies van ab-actis en quaestor waar. Begin november werden Puck en Couleur gedoopt, maar enkel Puck bleef actief in de club. Stiff vulde ondertussen iedere cantus met een sterk improvisatiewerkje. Voor het eerst werd er een ontgroeningsopdracht gevraagd. Puck mocht iemand zoeken geboren op dezelfde dag als Caeruleus ontstaan is. Hij slaagde in dit opzet, nadat hij een oproep plaatste bij enkele radiostations. Caeruleanen werden gesignaleerd op cantussen van Castrum, Fraternitas en Plutonica, en ook mochten wij onze ordebroeders verwelkomen in Limburg. Naar het einde van het jaar verminderde wel de aanwezigheid van onze linten te Diepenbeek (studies, werk, …). Maar we eindigden toch met een positieve noot door in april een modelcantus te organiseren, waar er meer gasten uit Leuven waren dan Caeruleanen. Bleu verhuisde terug naar Limburg en vierde dat met een barbecue te Hasselt. Normaal werd die namiddag Puck ontgroend, maar door de afwezigheid van Haggis en ook het schild werd dit tijdelijk uitgesteld.

Op 3 oktober 2005 was er de overdrachtscantus in de vertrouwde chalet. Met Bleu als nieuwe senior en Haggis als afwezige senior, mocht Maggie de cantus beginnen met het seniorlint, om het al vrij snel over te dragen naar Bleu. Puck kreeg dan eindelijk zijn clubpetje en werd meteen de nieuwe quaestor / ab-actis, terwijl Stiff schachtenmeester bleef. De quaestor van Filii werd gedoopt en kreeg de zelfgekozen clubnaam Llama. Caeruleanen werden opnieuw gesignaleerd te Leuven en Antwerpen, en organiseerden wij een zeer memorabele cantus op 8 november 2005. Met praktische steun van Caeruleus ontstond een nieuwe faculteitskring (Commeatus) die deze cantus uitriepen tot hun Dies Natalis. Kort daarna werd op een convent Volvo, een van de drijvende krachten achter Commeatus, gedoopt. De banden met de Leuvense club Plutonica werden nog sterker aangehaald toen Maggie aanvaard werd als “commilito extra muros”. Vlak voor de examens werd een rustige avond georganiseerd. In februari volgde de Dies Natalis cantus in de Borly, waar alle Vlaamse provincies vertegenwoordigd waren. We mochten toen ook de mensen van Commeatus en de senior van het LOSO verwelkomen en natuurlijk ook onze broeders van Plutonica. Verder organiseerden we nog een zangconvent, maar de grootste vooruitgang was een (zeer moeizame) aanvaarding van verschillende Limburgse clubs, al is een officiële erkenning nog niet aan de orde. Llama vond op eBay een sabel en Volvo plaatste een bestelling voor coleurartikelen en zo slaagden ze beiden in hun ontgroeningsopdracht. Vlak na Pasen werden ze dan ontgroend tijdens een cantus in de chalet. Er werd een nieuwe clubbestuur verkozen, en Stiff plaatste alweer een sterke improvisatiespeech, volgens menig Caeruleaan zijn beste ooit.